Het opbouwwerk bestond eind vorig jaar 100 jaar. Logisch dat Koppel-Swoe ook eens in de geschiedenis duikt. Aan de hand van twee verhalen wordt het opbouwwerk in deze gemeente in kaart gebracht. De huidige gebiedsregisseurs komen aan het woord, maar enkele ex-collega’s vertellen ook over de eerste jaren van opbouwwerk in deze gemeente. Om met die laatste groep te beginnen. Jan de Graaf, Jan-Willem van der Baan, Willem Bijkerk en Flip Hatzman blikken terug op die eerste jaren van opbouwwerk in de gemeente Epe. Dit is deel 1 van het verhaal over 100 jaar opbouwwerk.
Allereerst is het misschien goed te benoemen wat een op opbouwwerker precies doet. Een opbouwwerker versterkt de leefbaarheid in wijken door bewoners te verbinden, initiatieven te ondersteunen en maatschappelijke problemen aan te pakken. Een opbouwwerker is de brug tussen bewoners, gemeente en andere organisaties om concrete plannen te realiseren. Participatie, zelfredzaamheid en sociale cohesie zijn daarbij de kernwoorden.
Zichtbaar zijn
Het viertal was ooit op allerlei manieren zichtbaar in de diverse buurten van de gemeente Epe. “Straathoekwerk, jongerenwerk, opbouwwerk, noem het maar een naam. Je zou kunnen concluderen dat we allemaal meewerkten aan het opbouwen van een samenleving waar iedereen met elkaar door één deur kon.” Dat zat hem soms in hele kleine dingen. “Er was een plan, er waren bewoners, er waren sociaal werkers zoals wij. Samen maakten we dat plan mogelijk. We fungeerden als verbinder in het sociaal en cultureel werk. We moesten mensen in één ruimte samenbrengen. We hielpen buurtbewoners bij het voltooien van hun ideeën voor de wijk.” Maar soms speelden er ook problemen in een wijk of buurt. Dan stonden de opbouwwerkers letterlijk tussen politie, jongeren, en ouders. Samen werden er afspraken gemaakt. We hebben er wat afgepraat in die jaren. Zodat iedereen wist waar men aan toe was. Zodat wijken en buurten uiteindelijk veiliger werden.”
Opbouwwerk is een onderdeel van het welzijnswerk. Opbouwwerk richt zich op het verbeteren van de woon- en leefomstandigheden van buurt- en wijkbewoners. “Heel eerlijk? Wij waren een essentiële schakel tussen bewoners en de overheid.” Het viertal werkte daarbij volop samen met de gemeente, politie, scholen, de lokale woningstichting en andere partners uit het sociale domein.
Job Boer
Jo Boer (1906-1985) heeft het vak opbouwwerk ooit in Nederland op de kaart gezet. Ze noemde opbouwwerkers ook wel ‘mogelijk-makers’. Ze was pleitbezorger van een rustige, terughoudende en praktische benadering van opbouwwerk. Burgers werden zo geholpen om zichzelf effectief te organiseren, om een mening te vormen en om zelfstandig standpunten te verwoorden, zo vond Boer. Het viertal reageert: “Ons werk draaide om overleg tussen de wijkbewoners en andere partijen zoals de overheid. Onze overlegfunctie werd gewaardeerd. We waren zichtbaar in de wijken, iedereen kende ons. We hielpen mee om de gemeenschappen van binnenuit te versterken. Zo maakten we zichtbaar wat we deden en voor welke doelgroep we dat deden. Het was slagvaardig en zelfredzaam. De politiek zag daar het belang van in.”
Versnipperen
Het vak opbouwwerker is echter steeds aan verandering onderhevig. Dat komt door maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook door beleid. Door de bezuinigingen in de jaren 90 is het opbouwwerk versnippert. Sindsdien houden verschillende organisaties zich met opbouwwerk bezig. Niet alleen Koppel-Swoe, maar ook de gemeente of andere organisaties.
Wie er tegenwoordig aan opbouwwerk doet? Lees verder in deel 2 van dit verhaal ‘100 jaar opbouwwerk’.



